Onderscheiden
Herkennen wat bij je eigen ervaring hoort en wat je over de ander waarneemt of vermoedt.
Ik-grensbewustzijn
De Tuinmetafoor komt voort uit het werk van de Zwitserse psychiater en psychotherapeut dr. Nick Blaser. In zijn model van ik-grensbewustzijn (Self Boundary Awareness) wordt de binnenwereld voorgesteld als een eigen ruimte. Het model helpt onderzoeken waar je met je aandacht bent, hoe je je eigen grenzen ervaart en wat er gebeurt in het contact met anderen.
Op deze pagina lees je meer over de achtergrond van De Tuinmetafoor.
Verken het model ↓01 · Binnenwereld
In het model van Blaser wordt de binnenwereld voorgesteld als een tuin. Een eigen ruimte waarin alles wat je denkt, voelt en meemaakt een plek kan krijgen. Die tuin staat niet stil: wat er speelt en waar je aandacht naartoe gaat, kan steeds veranderen. De tuin is een beeld voor onze psychische binnenwereld. Het is geen echte plek in ons lichaam.
Met de afkorting BEGOOV kun je zes onderdelen van de binnenwereld onderscheiden:
Deze onderdelen staan niet los van elkaar. Wat je meemaakt, kan invloed hebben op wat je over jezelf denkt. Een herinnering kan een gevoel oproepen. En wat je denkt te moeten doen, kan samenhangen met de verantwoordelijkheid die je voelt.
02 · Het ruimtelijke schema
Het model onderscheidt drie mentale ruimtes: de eigen binnenwereld, de interpersoonlijke ruimte en de binnenwereld van de ander. In De Tuinmetafoor kun je die voorstellen als jouw tuin, de ruimte tussen jullie en de tuin van de ander.
Je aandacht kan bij jezelf zijn, bij wat er tussen jullie gebeurt of bij wat je denkt dat de ander ervaart.
Dat laatste is een belangrijk onderscheid. Je kunt proberen je in de ander te verplaatsen, maar je weet daarmee nog niet wat diegene werkelijk denkt of voelt. Dat blijft iets om samen te onderzoeken.
03 · Onderscheid én contact
De ik-grens vormt in dit model de overgang tussen je eigen binnenwereld en de buitenwereld. Deze grens helpt je om onderscheid te maken tussen wat bij jou hoort en wat bij een ander hoort. Tegelijk maakt de grens contact met anderen mogelijk.
De ik-grens heeft binnen het model verschillende functies.
Herkennen wat bij je eigen ervaring hoort en wat je over de ander waarneemt of vermoedt.
Onderzoeken wat je binnenlaat en wat je bij de ander of buiten jezelf laat.
De elementen van de binnenwereld bijeenhouden, zodat ze als een samenhangend systeem kunnen functioneren. In de theorie wordt dit containment genoemd.
Iets van jezelf laten zien en iets van de ander ontvangen, met behoud van onderscheid.
De poort is een beeld voor de plek waar contact en uitwisseling kunnen plaatsvinden. Het gaat om een mentale voorstelling: een grens is hier geen fysieke muur en de poort geen voorschrift voor hoe je moet reageren.
04 · Positie en richting
Waar ben ik met mijn aandacht?
Je aandachtspositie beschrijft waar je je met je aandacht bevindt: in je eigen mentale ruimte, in de ruimte tussen mensen of in de voorgestelde mentale ruimte van de ander.
De positie bij de ander betekent niet dat je rechtstreeks toegang hebt tot diens binnenwereld. Je vormt je een voorstelling van wat de ander mogelijk ervaart. Wat je daar vermoedt, blijft iets om samen te onderzoeken.
Waar richt ik mijn aandacht op?
Vanuit dezelfde aandachtspositie kan je aandacht verschillende kanten op gaan. Je kunt bijvoorbeeld vanuit je eigen binnenwereld aandacht hebben voor wat je zelf ervaart, voor wat er tussen jullie gebeurt of voor de ander.
Positie en richting kunnen op verschillende manieren worden gecombineerd.
Je kunt bijvoorbeeld in je eigen binnenwereld blijven en je aandacht op de ander richten. Maar je kunt je aandacht ook verplaatsen naar de ruimte tussen jullie, of proberen je voor te stellen hoe de ander iets ervaart.
In het model worden verschillende combinaties van aandachtspositie en aandachtsrichting beschreven. Deze worden mentale modi genoemd.
05 · Wisselwerking
Wat de ander doet, kan iets bij jou oproepen. En wat jij vervolgens doet, kan weer iets bij de ander oproepen. Zo beïnvloeden mensen elkaar, vaak zonder dat ze zich daar helemaal bewust van zijn.
Een kind valt stil. De begeleider voelt onrust en stelt meer vragen. Het kind kan dat als druk ervaren en wordt misschien nog stiller. De begeleider gaat vervolgens harder zijn best doen om contact te krijgen.
Zo kan een patroon ontstaan waarin de reacties van beiden elkaar versterken.
De Tuinmetafoor helpt om daar samen naar te kijken:
Wat jij voelt, zegt niet automatisch iets over wat de ander ervaart. Daarom blijven we nieuwsgierig naar beide binnenwerelden.
06 · Van model naar beeldtaal
De innerlijke tuin is al onderdeel van het model van Nick Blaser. De Tuinmetafoor bouwt voort op dit gedachtegoed en maakt het mogelijk om met beelden en materialen te onderzoeken wat er in de eigen binnenwereld en in het contact met anderen gebeurt.
In de loop van de tijd zijn er verschillende manieren ontstaan om hiermee te werken. Bij Praktijk Ruimte ligt de nadruk onder andere op ik-grensbewustzijn, ruimtelijk werken en het onderzoeken van de eigen binnenwereld, grenzen en contact. Kijk op Jezelf gebruikt De Tuinmetafoor onder andere in ouderbegeleiding en trainingen voor professionals..
Samen hebben Praktijk Ruimte en Kijk op Jezelf het platform Binnenwereld in Beeld opgezet. Hier brengen we verhalen, uitleg en materialen samen voor iedereen die deze manier van kijken wil ontdekken.
Onderzoek en bronnen
Rond onderdelen van dit model is onderzoek gedaan naar mentale perspectieven en naar de samenhang tussen ervaren ik-grens en mindfulness.
Een verkennende EEG-studie met 16 deelnemers onderzocht verschillende mentale posities en aandachtsrichtingen. Een vragenlijststudie met 1.089 deelnemers, voornamelijk studenten, onderzocht de Boundary Protection Scale-14 en de samenhang met mindfulness.
Deze onderzoeken helpen om onderdelen van het model beter te begrijpen. Ze bewijzen niet dat De Tuinmetafoor of alle toepassingen ervan als behandeling effectief zijn.