Een moeder van drie kinderen vertelt over haar zoon. Een kind met een sterke wil. Hij weet vaak precies wat hij wil — en minstens zo duidelijk wat hij níét wil.

Dat vraagt veel van haar. Ze legt uit, overtuigt, herhaalt, wordt duidelijker. De frustratie loopt op en voor ze het weet ontstaat er ruzie.

We beginnen bij zijn tuin

Niet bij de vraag hoe ze ervoor kan zorgen dat haar zoon beter luistert. We beginnen bij wat zij bij hem ziet: zijn behoefte om dingen zelf te doen, zijn eigen ideeën, zijn sterke wil. Langzaam verandert het beeld van haar kind op tafel — hij wordt niet alleen het kind dat moeilijk doet, maar ook een kind dat zelf wil bepalen.

En dan naar haar tuin

Haar frustratie is daarmee nog niet weg. Op dat moment breng ik de aandacht naar haar tuin: wat gebeurt er eigenlijk bij jou wanneer hij niet meebeweegt? Eerst is het antwoord frustratie. Maar daaronder blijkt meer te liggen — de behoefte aan rust, en zorgen over zijn toekomst.

Zo liggen er ineens twee goedgevulde tuinen naast elkaar. Want tijdens zo'n ruzie botst niet alleen een moeder met haar kind. Er botsen twee binnenwerelden. Doordat moeder haar eigen behoefte aan rust eerder herkende, zakte haar frustratie sneller. Daardoor kon zij rustiger reageren en bleef haar zoon gemakkelijker met haar in contact.

Wat wordt er in mij geraakt wanneer hij dat niet doet?

Vragen om mee te nemen

  • Wat wordt er in jou geraakt wanneer je kind niet meebeweegt?
  • Wat kan helpen om recht te doen aan zijn binnenwereld, en die van jou?
  • Wat verandert er als je eerst de waarde ziet van wat nu lastig voelt?