Dit komt uit de tijd van mijn werk op een cluster 4-school, in een tijd waarin nog werd gedacht dat kinderen met autisme niet konden voelen.
Daar zat ze, met een grote handpop die de naam Lotje had gekregen.
Ze zat met Lotje op schoot naar een filmpje op tv te kijken. Haar hand zat in het hoofd van de pop, zodat ze Lotje kon laten ‘praten’, en haar andere hand hield de hand van de pop vast.
Er was ook een orthopedagoog aanwezig.
En zo liet zij op dat moment iets zien, waardoor de orthopedagoog een overtuiging kon loslaten.
Een overtuiging rondom voelen.
Het beeld op de tv gaf spanning in haar lijf. Op dat moment deed zij met haar hand de hand van Lotje voor de ogen van de pop, zodat Lotje de beelden niet hoefde te zien.
Zo zorgde zij voor Lotje. Ze beschermde haar tegen de beelden waarvan zij voelde dat ze te groot, te heftig voor haar waren.
Overtuigingen veranderen in de loop der tijd.
Zo is er ook het mooie boek De jongen die te veel voelde op de markt gekomen.
Zelf denk ik dat kinderen en mensen met autisme vaak sterk vanuit hun binnenwereld leven en dat zij vanuit die binnenruimte heel veel kunnen ontwikkelen.
Maar juist doordat er zoveel binnen kan zijn, kan het ook VEEL zijn. Heel veel.
En misschien maakt dat het soms lastiger om je werkelijk in de binnenwereld van een ander te verplaatsen.
Want daarvoor moet je als het ware van plek veranderen.
Van jouw binnenwereld naar die van de ander.
En misschien begint begrijpen daar wel:
niet bij het invullen van wat de ander voelt,
maar bij het nieuwsgierig worden naar wat er vanbinnen gebeurt.
