Ik zie hem nog zo voor me.
Een kleuter, volledig opgaand in zijn spel. Zijn gezicht stond ernstig. Heel geconcentreerd bracht hij kleine pakjes van het ene kind naar het andere. Hij keek steeds goed om zich heen voordat hij weer verder liep.
De spanning was voelbaar.
Hij speelde geen fantasieverhaal. Hij speelde zijn werkelijkheid na.
Voor hem was dit geen goed of fout. Hij deed wat kinderen zo vaak doen: in hun spel geven zij vorm aan wat zij meemaken. Spel is veel meer dan vermaak. Het is de taal waarin kinderen ervaringen verwerken, zichzelf leren begrijpen en langzaam grip krijgen op de wereld om hen heen.
Op dat moment besefte ik opnieuw dat een kind niet alleen speelt om plezier te maken. Een kind speelt om te leren leven.
Wanneer wij alleen naar het gedrag kijken, missen we misschien wel de boodschap die het spel vertelt. Achter ieder spel schuilt een beleving. Achter iedere beleving een kind dat probeert te begrijpen wat het heeft gezien, gevoeld en meegemaakt.
Dat vraagt van ons geen snel oordeel, maar een open blik.
Misschien is dat wel de eerste stap naar werkelijk begrijpen.
Wat had dit kind nodig om een andere werkelijkheid te leren kennen?
