Soms vertelt gedrag ons niet wat een kind wil.

Het vertelt ons hoeveel spanning een kind ervaart.

Er was een jongen in mijn klas die overal spanning voelde.

Tijdens de kring.

Bij een werkje.

Wanneer iets nieuws was.

Of wanneer hij niet precies wist wat er van hem verwacht werd.

Zijn spanning had één uitweg.

Hij vroeg of hij naar de wc mocht.

Steeds weer.

Niet omdat hij echt naar de wc moest, maar omdat hij even weg moest uit de situatie die te veel van hem vroeg.

Ik wilde hem dat niet afnemen.

Want de spanning was echt.

Maar ik wilde hem wel helpen om langzaam zelf invloed te krijgen op zijn reactie.

Daarom plakte ik vijf kleine plastic fishes op zijn tafel.

Aan het begin van de dag vertelde ik hem:

"Vandaag heb je vijf fishes."

Iedere keer dat hij naar de wc ging, leverde hij zelf een fish in.

Zo werd zijn keuze zichtbaar.

Hij hoefde niet meer gedachteloos zijn spanning te volgen.

Zonder dat hij het zelf doorhad, gebeurde er iets bijzonders.

Hij keek eerst naar zijn tafel.

Hoeveel fishes heb ik nog?

Is het nu nodig?

Of kan ik nog even wachten?

Zijn denken kreeg langzaam meer invloed op zijn spanning.

Niet doordat ik hem verbood om naar de wc te gaan.

Maar doordat hij zelf overzicht kreeg.

Na verloop van tijd had hij steeds minder fishes nodig.

Niet omdat zijn spanning verdwenen was.

Maar omdat hij ontdekte dat hij er zelf invloed op kon uitoefenen.

Hij werd eigenaar van zijn eigen gedrag.

Dat was misschien wel het mooiste om te zien.

Ontwikkeling ontstaat niet wanneer wij het gedrag van een kind overnemen.

Ontwikkeling ontstaat wanneer een kind ontdekt:

"Ik kan leren om mezelf te helpen."

Wat heeft een kind nodig om stap voor stap vertrouwen te krijgen in zijn eigen vermogen om met spanning om te gaan?